De WIFI-generatie staat op – een interview met auteurs Liesbeth Hop en Bamber Delver

‘Met het mobiel internet valt het toezicht op jeugd weg: we moeten anders opvoeden.’

Steeds jongere kinderen zijn actief op internet. Een zesjarige die hyvet is geen uitzondering meer. Al 1:4 zes- tot achtjarigen krijgt van ouders een eigen gsm. Maar ook: voornamelijk jongeren geven echter aan liever niet te willen dat anderen privacygevoelige informatie online kunnen inzien. Zij hebben het vaakst geprobeerd deze informatie van internet te verwijderen. In slechts de helft van de gevallen is dit ook daadwerkelijk gelukt. Ook zijn het in de meeste gevallen jongeren die aangeven weleens nadeel te hebben ondervonden van negatieve of foutieve informatie over zichzelf op internet. Dit is nog maar aan het begin. De nieuwste revolutie staat voor de deur, melden Bamber Delver en Liesbeth Hop. De revolutie van het mobiele internet. Beiden zijn namens de stichtingen Kinderconsument en Media Rakkers al jaren opinieleider in Nederland op het gebied van jeugd en media.

Wie vormt de WIFI-generatie?

“De WIFI-generatie bestaat uit kinderen en jongeren, die met een smartphone of mobiele spelcomputer constant online zijn. Jeugd die niet langer is aangewezen op een vaste computer zoals die in de huiskamer of klaslokaal staat. Ze zijn in staat met hun eigen mobiele apparatuur zoals iPhone en Play Station Portable internet op te gaan. De technische mogelijkheden zijn er. Fastfoodketen McDonalds biedt in rap tempo mobiel internet in al haar vestigingen aan. Koffieketen Starbucks doet dit al, net zoals La Place van V&D. In de zomer kon je op de Scheveningse Pier al draadloos én kosteloos internetten. De WIFI-generatie bepaalt zelf waar en hoe ze online gaan.”De WIFI-generatie bepaalt zelf waar en hoe ze online gaan

Na de generatie Einstein en de Homo Zappiens is er dus nu een nieuwe generatie. Welke verschillen zijn er?

“Om dit boek te kunnen schrijven hebben we vele gesprekken met jeugd gehouden, met de WIFI-generatie zelf maar ook met hun ouders, onderwijskrachten, politie en vele anderen. Ons viel meteen op dat de nieuwste technologische revolutie van het mobiele internet én het feit dat kinderen first user zijn, bepaald niet iets is waar opvoeders en onderwijs op voorbereid zijn. Opvoeders denken nog steeds dat zij een poortwachterfunctie hebben als het gaat om het mediagebruik door kinderen. Adviezen zoals; ‘Zet de computer in de huiskamer’. Of: ‘Kijk mee met je chattend kind’ gaan niet langer op. Kinderen bewegen zich met hun smartphones buiten het zichtveld van hun opvoeders en zijn op zichzelf en hun peergroup aangewezen. Dat besef moeten opvoeders als de wiedeweerga krijgen, vinden wij. Dit boek staat op de schouders van de titels zoals Generatie Einstein en de Homo Zappiens. Wij signaleren een revolutionaire ontwikkeling; met de komst van het mobiele internet worden ouders en leerkrachten gedwongen op een totaal andere manier met jeugd om te gaan.”

Kinderen bewegen zich met hun smartphones buiten het zichtveld van hun opvoeders en zijn op zichzelf en hun peergroup aangewezen

Een van jullie stellingnamen is dat jeugd niet moet worden overschat. Jullie geven in het boek aan dat kinderen recht op opvoeding hebben en dat ouders ‘aan de bak moeten’.

“Het is van groot belang dat we kinderen hun jeugd gunnen. Dit houdt in dat er een niet te onderschatten taak is weggelegd voor wat wij noemen het vangnet voor onze kinderen. In Nederland worden de technische vaardigheden van kinderen teveel verward met sociaal-emotionele vaardigheden. Laten we kinderen zien voor wie ze mogen zijn: kinderen, met hun eigen kinderlijke en kwetsbare kijk op de wereld. Wij gunnen kinderen hun authenticiteit, maar daar moeten we als ouders en onderwijs wel wat voor doen. Omdat de WIFI-generatie zelfstandig is en alle mediabeelden en -boodschappen op eigen houtje, buitenshuis en buiten school, kan zien, moeten wij de kennis overbrengen die nodig is om te leren omgaan met die Beeldenstorm. Verbod en gebod werken niet langer, omdat we geen controle hebben waar kinderen naar kijken. De passieve kijkbuiskinderen bestaan niet meer. De WIFI-generatie is opgestaan, maar zij heeft nog steeds hetzelfde recht op opvoeding. Die opvoeding heet mediawijsheid; hét sleutelwoord menen wij.”

Een WIFI-generatie is opgestaan, met haar recht op opvoeding.

Die opvoeding heet mediawijsheid

Mediawijsheid is een term die vooral het afgelopen jaar overal te horen is. Wat is het precies?

“Wij nemen altijd de definitie van de Raad voor Cultuur als uitgangspunt. De Raad is immers het orgaan dat in 2005 de term heeft geïntroduceerd en de definitie is wat ons betreft sluitend, ook als het gaat om het kunnen anticiperen op de revolutie van het mobiele internet. Mediawijsheid is: ‘Het leren hoe je bewust, kritisch en actief kunt bewegen in een fundamenteel gemedialiseerde wereld'. Het gaat dus niet om het af- of beschermen van kinderen voor negatieve invloeden, maar om hen te leren hoe met de media om te gaan. Daar staan we helemaal achter. We gaan niet al die apparaten of het hele internet verbieden. We gaan als auteurs ook niet op de stoel van de opvoeder zitten. Nee, wat we willen is opvoeders en professionals de kennis overbrengen die nodig is om de mediawijsheid van kinderen te verbeteren.”

Het boek laat praktische handvatten zien, ook voor onderwijs. Veilig internet ziet er in het tijdperk van het mobiele internet bijvoorbeeld totaal anders uit. Hoe?

“Laten we een voorbeeld nemen van hoe de wereld ingrijpend is veranderd. Kinderen worden gelukkig de afgelopen jaren begeleid in het kúnnen maken van gezonde en sociale keuzen als het gaat om chatten. Maar met de komst van het mobiele internet chatten zij op hun iPhone, zonder dat ouders erbij zijn. Geen ouder in de buurt die mee kan kijken of mee kan denken. Het zeer populaire gratis programmaatje eBuddy voor de iPhone geeft toegang tot chatmogelijkheden zoals MSN en Google Talk. Kinderen worden door mobiele internetapparaten gedwongen zélf, individueel en autonoom keuzen te maken. Met wie ze chatten bijvoorbeeld. Hoe ze omgaan met pesten en schelden, ook als ze in de verleiding komen het zelf te doen. Een ander voorbeeld is dat kinderen steeds nauwkeuriger bereikbaar zijn met hun gsm’s. Mobiele chatrooms geven aan waar de chatter zich bevindt. Leuk voor ouders en leuk voor vriendjes, maar hoe zit het met ongewenste contacten die ook kunnen zien waar een kind zich bevindt? Ook commerciële invloeden zien er ingrijpend anders uit; het zijn niet langer de bekende reclames die voor ons als ouders herkenbaar zijn. Nee, commercie bereikt kinderen op een voor ouders onzichtbare manier door overal in games aanwezig te zijn die de kinderen spelen op hun kleine mobiele apparaten. Zelfs áls een game. Iets anders is wat we uit een interview met een jong meisje hebben gehoord dat het gemunt heeft op een klasgenootje. Met haar nieuwe smartphone kan ze pestfilmpjes maken én a la minute uploaden bij YouTube. Ook cyberpesten gaat er anders uitzien.”

Mobiele chatrooms geven aan waar de chatter zich bevindt. Leuk voor ouders en leuk voor vriendjes, maar hoe zit het met ongewenste contacten?

Wat is jullie belangrijkste advies aan de opvoeders, dus ook de leerkrachten van de WIFI-generatie?

“Zet mediawijsheid op de agenda. Neem jeugd serieus. Zie haar als expert. Anticipeer. Maak beleid, maar doe het samen. Leer over en van de WIFI-generatie. Wees niet naïef en denk niet dat jouw onderwijs- en opvoedmethoden houdbaar zijn. En vóór alles vragen we het onderwijs om kennis te nemen van deze revolutionaire ontwikkelingen en om kinderen de mediawijsheid te gunnen waar ze recht op hebben. Als laatste… vergeet niet mee te genieten van alle slimme technologie!”

Leer over en van de WIFI-generatie. Zie haar als expert.

Maak beleid, maar doe het samen.

Bamber Delver bij Z@ppLive

Liesbeth Hop bij NTR/Helder

 

Bamber Delver bij School TV

Liesbeth Hop bij Huisje Boompje Beestje/NTR